KNO en Downsyndroom

 

Inleiding

U heeft een kind met het syndroom van Down en bent kort geleden met uw kind bij uw keel-, neus, en oorarts geweest. Kinderen met het syndroom van Down hebben veelal specifieke KNO-problemen. Op deze pagina wordt informatie gegeven over de mogelijke oorzaken en behandeling van deze problemen.

De luchtweg

Bij kinderen met het syndroom van Down, zijn de neus en neus-keelholte vaak kleiner en nauwer. De tong is groter en slapper en zakt soms meer naar achteren. Net onder de stembanden kan de luchtpijp nauwer zijn. Dit heeft een aantal gevolgen:

  • Uw kind kan vaker dan een ander kind een ‘snotneus’ hebben. Indien dit niet reageert op medicijnen kan een operatie plaatsvinden waarbij de neusamandel  wordt verwijderd. Bij een kind met het syndroom van Down is dit echter minder doeltreffend omdat de neus- keelholte kleiner en slapper is.
  • Een kind met het syndroom van Down heeft een grotere kans op zogenoemde obstructieve slaap apneu’s. Dit wil zeggen dat de slaap wordt onderbroken door een stokkende ademhaling ten gevolge van obstructie door de tong of het zachte gehemelte. De obstructies leiden tot adempauzes. Indien deze adempauze meer dan vijf seconden duurt is er sprake van een apneu. Het is belangrijk om te weten of uw kind apneu's heeft omdat dit op de langere termijn schadelijk voor de gezondheid kan zijn.
  • Een kind met het syndroom van Down heeft een grotere kans op een afsluiting tussen de neus- en keelholte, de zogenaamde choanaalatresie. Dit is een aangeboren afwijking die vrijwel direct na de geboorte te herkennen is aan een moeizame of onmogelijke neusademhaling. De diagnose kan eenvoudig door de KNO-arts worden gesteld met behulp van een fiber (flexibel kijkslangetje). De behandeling bestaat uit het chirurgisch opheffen van de afsluiting tijdens een operatie in algehele anesthesie. Veelal zal voor een dergelijke operatie nog een CT-scan van de neus worden gemaakt.

Een operatie bij een kind met het syndroom van Down

Wanneer mensen geopereerd worden in algehele anesthesie, zal de anesthesist waken over de luchtweg en ademhaling. Tijdens de algehele anesthesie is geen spontane ademhaling meer mogelijk en wordt men beademd door een ademtoestel. Om lucht in de longen te krijgen wordt diegene die geopereerd wordt aangesloten op dit ademtoestel en vindt de beademing plaats via een buisje dat via de mond in de luchtpijp is gebracht. Afhankelijk van de grootte van het kind of volwassene zijn er verschillende maten beademingsbuisjes (tubes).

Anesthesisten zijn weten dat kinderen met het syndroom van Down een nauwere luchtpijp kunnen hebben. Toch is is het belangrijk dat u de anesthesist hiervan op de hoogte brengt. Hij of zij zal de maat van de beademingsbuis aanpassen.

De oren en het gehoor

Bij kinderen met het syndroom van Down bestaan er specifieke problemen voor zowel de oren als het gehoor.

  • Het blijkt dat 66% van de kinderen met het syndroom van Down gehoorverlies heeft. Het is daarom van belang om  in het eerste jaar een goed beeld van het gehoor van uw kind te krijgen. Dit kan gebeuren door middel van een gehoortest (audiometrie). Ook kan het gehoor beoordeeld worden door de elektrische activiteit van de verschillende functies van het binnenoor te meten. Dit heet hersenstamaudiometrie.
  • De gehoorgang van kinderen met het syndroom van Down is smal. Het is daarom lastig om in het eerste levensjaar het middenoor te beoordelen. Soms kan bij een sterke verdenking op gehoorverlies een onderzoek van het middenoor onder narcose noodzakelijk zijn.
  • Mochten er duidelijke aanwijzingen zijn voor gehoorverlies dan kan worden overwogen een hoortoestel te proberen of om een trommelvliesbuisje te plaatsen. Een hoortoestel is zinvol bij een verminderd functioneren van het slakkenhuis. Het slakkenhuis geeft geluidssignalen die via het trommelvlies en de gehoorbeentjes binnenkomen door aan de gehoorzenuw. Een trommelvliesbuisje wordt geplaatst bij vocht in het middenoor. Trommelvliesbuisjes zijn bij kinderen met het syndroom van Down vaak minder effectief dan bij andere kinderen. Als het buisje voldoet is de verbetering echter aanzienlijk. De ontwikkeling van de spraak van het kind en het sociale contact met anderen verbeteren fors.

De KNO-arts maakt deel uit van het Haagse Down team. U komt met uw kind volgens een vast schema bij de KNO-arts.