Logopedie

 

Inleiding

De meeste patiënten die bij de logopedist (spraaktherapeut) komen zijn door de huisarts of de KNO-arts verwezen. In het HagaZiekenhuis werken de KNO-artsen en logopedisten nauw samen.

Wat kunt u verwachten

De logopedist verleent hulp bij stoornissen aan de adem en stem, de spraak, taal of gehoor en tot slot slikklachten. De aandoeningen kunnen van lichamelijke of functionele aard zijn. De logopedist doet onderzoek en geeft voorlichting maar werkt ook preventief. Hij/zij instrueert/begeleidt partners, familieleden en verzorgers van patiënten. De logopedist houdt zicht bezig met alle aspecten van de verbale communicatie.

De behandeling

Het eerste gesprek met de logopedist duurt ongeveer een uur. Tijdens dit gesprek wordt gesproken over de klacht en de te volgen therapie. De volgende behandelingen duren elk een half uur. De therapie heeft de meeste kans van slagen als u ook thuis iedere dag oefent.

Wanneer de therapie ten einde loopt wordt vaak de KNO-arts nog geraadpleegd. Deze bepaalt dan of de therapie definitief kan worden gestopt of dat er een andere behandeling moet worden overwogen.

De logopedist verleent hulp aan kinderen en volwassenen op verschillende terreinen. U kunt hulp krijgen wanneer u problemen heeft op het gebied van:

Adem en stem:

  • mondademen
  • heesheid of keelklachten door verkeerde gewoonten of lichamelijke oorzaak
  • heesheid of stemverlies na ziekte of operatie
  • stembandrevalidatie na laryngectomie
  • stembandproblemen door het gebruik van medicijnen 

Spraak:

  • duim- en /of vingerzuigen
  • tandenknarsen
  • slechte stand van het gebit door afwijkend mondgedrag
  • onduidelijk spreken
  • het niet of niet goed uitspreken van klanken
  • door de neus spreken
  • stotteren
  • spraakstoornissen bijvoorbeeld na een hersenbloeding

Taal:

  • vertraagde taalontwikkeling
  • onvoldoende taalbegrip en taalgebruik
  • broddelen
  • taalverlies, bijvoorbeeld na een hersenbloeding 

Gehoor:

  • verminderde klankwaarneming door slechthorendheid of doofheid
  • liplezen
  • afwijkende spraak en/of taal tengevolge van gehoorstoornissen 

Overige:

  • hyperventilatie
  • slikklachten
  • brokgevoel in de keel
  • slijm in de keel
  • veelvuldig kuchen en schrapen
  • pijn in de keel, hals of kaak
  • allergieën